Heus, er is echt wel wat veranderd, zeggen de twee defensielobbyisten aan het tafeltje in een Brussels café. Neem nou de banenkansen in hun eigen beroepsgroep. „Een kennis van me deed jarenlang lobbywerk voor techbedrijven”, zegt een van de twee bij een glas sinaasappelsap. „Die doet nu ook defensie.”
De reden spreekt voor zich. „Defensie is waar het geld zit.”
De ander, nippend aan een zwarte koffie, zegt het te zien het aan de houding van de politiek. Lang zat defensie in het verdomhoekje met de tabaksindustrie en de oliebedrijven. Dat is verleden tijd. „Zeker bij linkse partijen was er altijd wel een mate van bezorgdheid om met ons gezien te worden. Nu doen we ze zowat een plezier door met ze af te spreken.”
Maar het valt het tweetal – ze willen anoniem blijven, gebruikelijk bij lobbyisten in het Brusselse fluistercircuit om vrijuit te kunnen spreken – vooral op hoeveel er níet is veranderd in de defensiewereld. Het geld stroomt volop. Overheden geven tientallen tot honderden miljarden euro’s uit om hun arsenaal op te krikken, nu de oorlogsdreiging is opgelaaid en de Verenigde Staten niet meer als betrouwbare partner gelden.
In Ankara pronkte NAVO-chef Mark Rutte vorige week met 50 miljard euro aan aangekondigde investeringen. En dat is nog maar een fractie van het nieuwe normaal. De defensieuitgaven in Europa zijn in tien jaar tijd al verdubbeld naar circa 400 miljard euro. Dat bedrag zal in de jaren dertig verder stijgen tot 800 miljard euro per jaar, is nu de verwachting.








