Ze groeien razendsnel, de uitgaven van Nederland voor defensie. Dit jaar worden ze begroot op 2,2 procent van het bruto binnenlands product, de omvang van de economie. Aan het eind van de huidige kabinetsperiode zullen ze volgens plan 2,8 procent bedragen, en in 2035 zijn ze gestegen naar 3,5 procent. Dat percentage is bijna driemaal zo hoog als in 2022, nog maar vier jaar geleden.
In euro’s van vandaag gaat het in 2035 om 42 miljard, tegen huidige uitgaven van 27 miljard. Dat streefbedrag over tien jaar zet de militaire bestedingen op bijna dezelfde hoogte als die aan onderwijs.
Daarmee worden de defensiebestedingen niet alleen belangrijk voor de internationale betrekkingen en de positie van Nederland daarin, ze krijgen ook groeiende economische betekenis. En niet alleen in Nederland. In heel Europa nemen de defensie-uitgaven toe, en daarmee ook hun rol in welvaart en bedrijvigheid. Opvallend, trouwens: landen met een lage staatsschuld voeren hun bestedingen relatief meer op dan landen met een hoge schuld.
Die grotere rol voor defensie in de economie is te zien aan de ontwikkeling van de economische wetenschap op dit vlak. Tot een paar jaar geleden was er relatief weinig onderzoek naar. Nu explodeert het. Het Internationaal Monetair Fonds wijdde er in april een heel hoofdstuk aan in zijn halfjaarlijkse World Economic Outlook. De Nederlandsche Bank publiceerde er een onderzoek naar, en lichtte dat verder toe in het economentijdschrift ESB. Het Centraal Planbureau (CPB) schreef een analyse in november vorig jaar. Deze week kwam ook de OESO, de club van industrielanden, met een uitgebreid onderzoek.






