Steen, salamander, vlieg: samen vertegenwoordigen ze drie van de vier elementen. Aarde, water, lucht. Het vierde element is dat wat ze hier in Zuid-Limburg verbindt. Vuur. De bodem zit vol vuursteen, aan het begin van de zomer voeren vuurvliegjes hun nachtelijk ballet op. „En vanavond is het uitstekend weer voor de vuursalamander”, zegt Staatsbosbeheer-ecoloog Guido Verschoor in de stromende regen.

We bevinden ons in het laagste gedeelte van het Bunderbos: een steil loofbos dat bekendstaat om de honderden kalktufbronnen. Die bronnen, waarbij kalkrijk water aan de oppervlakte komt en daar harde kalksteenplateaus vormt, zijn uniek in Nederland. Ze vormen de ondergrond voor fraaie watervalletjes, en vormen één van de redenen dat het bosgebied is uitgeroepen tot Natura 2000-gebied.

Een andere reden houdt zich vooralsnog voor ons verborgen. Salamandra salamandra, de vuursalamander. Geel met zwart gevlekt, tot wel 20 centimeter lang – de enige van de vijf Nederlandse salamandersoorten die als volwassen dier op het land leeft in plaats van het water. Maar óók de meest bedreigde. „Alleen in Zuid-Limburg komen er nog twee populaties voor”, vertelt Verschoor terwijl hij een vloeistoftankje tevoorschijn haalt uit de kofferbak van zijn auto. „Eén in het Vijlenerbos en één hier. Zou je je voet eens willen optillen?”