Na 27 jaar is Mario Cipollini zijn Tour-record kwijt. De Italiaanse topsprinter was in 1999 de winnaar van de vierde rit, die met een gemiddelde snelheid van 50,35 kilometer per uur lang gold als de snelste etappe in de Ronde van Frankrijk ooit.

Woensdag ging dus het een stuk sneller. Winnaar Søren Waerenskjold deed slechts 3 uur, 10 minuten en 6 seconden over de 161,3 kilometer lange etappe. "Het peloton geeft de vluchters tegenwoordig veel minder ruimte dan vroeger", zei de Noor na afloop. "Daardoor ging het vandaag weer heel hard."

De vier koplopers Mathis Le Berre, Nelson Oliveira, Anthon Charmig en Julian Alaphilippe kregen nooit meer dan twee minuten van de sprintersploegen. "Het waren vier heel sterke renners, die geloofden in de ritzege. Daarom ging het zo hard", stelde klassementsleider Pogacar. "En het hielp dat we veel wind in de rug hadden."

De Sloveen hoefde zijn gele trui niet te verdedigen in de vlakke etappe, maar ook voor hem was het geen heel rustige dag. "Op een gegeven moment nam ik een plaspauze en daarna was het erg lastig om terug te komen in het peloton", zei Pogacar. "Het was zeker geen makkelijke rit, maar gelukkig wel een korte."

Pogacar kende nóg een hachelijk moment op de weg naar Nevers. "Ik reed ergens met mijn voorwiel over een bidon en viel bijna. Ik schrok me dood. Gelukkig bleef ik overeind, dus uiteindelijk was het een goede dag."