"Doordat de staatsgreep mislukte, is Turkije aan een nog grotere geweldsspiraal ontsnapt", zegt analist Selim Koru. Hij zag als inwoner van Ankara hoe op de avond van 15 juli 2016 plotseling tanks door de straten rolden en gevechtsvliegtuigen en -helikopters overvlogen.

In de uren die volgden, werden in en rond de hoofdstad onder meer het Turkse parlement, het gebouw van de nationale veiligheidsdienst en het hoofdkwartier van de speciale interventie-eenheid van de politie gebombardeerd door opstandige groepen binnen het leger.

Al direct gingen groepjes inwoners van Ankara en Istanboel de straat op, ondanks dat de coupplegers een avondklok hadden ingesteld. Na een nachtelijke oproep van president Recep Tayyip Erdogan om in verzet te komen, kwamen grote groepen burgers in beweging.

In de vroege ochtend van 16 juli gaven de laatste militairen zich over. Bij de couppoging kwamen 251 personen om het leven en raakten bijna 2.200 mensen gewond.

De officiële lezing is dat de mislukte coup een overwinning was voor de Turkse democratie. De wil van het volk was duidelijk die nacht, en daarmee werd de legitimiteit van de gekozen regering onderstreept, schrijft het directoraat voor communicatie van de Turkse president. Minister van Binnenlandse Zaken Mustafa Ciftci vult aan dat couppoging het Turkije in staat heeft gesteld om een nieuwe start te maken.