Soms kregen films waarin Sam Neill speelde slechte recensies. The Final Conflict (1981) bijvoorbeeld, het derde deel in de Omen-trilogie, wordt beschouwd als een nodeloos, saai slotakkoord. De sf-komedie Memoirs of an Invisible Man (1992) is een van de minste films die regisseur John Carpenter in zijn lange carrière maakte. En hoewel een commerciële hit, werd vriend noch vijand blij van de zesde Jurassic Park-film Dominion (2022). Maar Neill zelf werd altijd geprezen als lichtpuntje.
In die context is het opvallend te noemen dat Neill nooit een grote acteerprijs in de wacht sleepte. Oscars, Golden Globes en Bafta’s gingen altijd aan hem voorbij. In zijn grootste films stond zijn uitmuntende acteerwerk vaak in de schaduw van een actrice die nóg beter was – Meryl Streep kreeg een Oscarnominatie voor het waargebeurde dodebabydrama A Cry in the Dark (1988), Holly Hunter won het beeldje voor The Piano (1993). De ijzingwekkend spannende botenthriller Dead Calm (1989) bood vooral de toen nog onbekende Nicole Kidman een podium om te laten zien wat ze waard was.
Acteren om van het stotteren af te komen
Sam Neill (Omagh, 1947) kreeg van zijn ouders trouwens de naam Nigel. De jongen ging zichzelf Sam noemen toen hij op de lagere school in een klas zat met talloze Nigels. Zijn vader was beroepsofficier in het Britse leger; de eerste jaren van zijn leven woonde Sam om die reden in Noord-Ierland, in 1954 verhuisde het gezin naar Nieuw-Zeeland. Het was nooit zijn droom om acteur te worden; na zijn middelbare school ging hij Engelse taal- en letterkunde studeren aan de universiteit van Christchurch. Hier kwam Sam Neill in aanraking met acteren, wat voor hem mede een manier was om van het stotteren af te komen.










