vandaag, 08:35Als kind van migrantenouders werd de 41-jarige Mounia Arkhouch onlangs geïnstalleerd als wethouder in Arnhem. Daarmee is zij voor zover bekend de eerste vrouwelijke islamitische wethouder van Gelderland. In een beroepsgroep die nog altijd vooral door witte mannen wordt gedomineerd. Zelf haalt zij juist kracht uit haar geschiedenis en de ongelijke kansen die ook zij soms ervaart. Mounia wil een voorbeeld zijn voor iedereen die zich in haar herkent. "Deze plek is er voor iedereen."Mounia vindt het belangrijk dat zij nu als vrouw van kleur met een islamitische achtergrond wethouder is geworden. "Zodat je in je bestuur mensen hebt die zaken zelf hebben doorleeft. Anders ben je over mensen aan het praten en dingen voor ze aan het bedenken. Dat doe je dan vanuit je eigen perspectief. Ik denk dat je de verschillende perspectieven zelf in huis moet hebben. Als verrijking. Die kan ik nu toevoegen. Arnhem bestaat niet uit alleen maar witte mannen."Diversiteit is ingewikkeld en schuurtDiversiteit is ingewikkeld, ziet Mounia. "Dat betekent dat je de schuring op moet zoeken of iets moet aangaan met iemand die niet op je lijkt. Daar moet je altijd moeite voor doen."Mounia is een echte Arnhemse: opgegroeid in de wijk Presikhaaf en met warme herinneringen aan Klarendal waar haar opa en oma woonden. "Altijd als ik er langs rijd, kijk ik even bij hun oude huis."De ouders van Mounia zijn in Marokko geboren en opgegroeid. Haar opa trok in de jaren 70 naar Europa om te werken en zijn gezin financieel te ondersteunen. Vanuit een dorpje in het Rifgebergte. Eerst naar Parijs en vervolgens naar Nederland.Praten was te pijnlijkJarenlang was hij daar alleen, zonder zijn gezin. De vader van Mounia was 16 jaar oud toen zijn vader vertrok. Als oudste kind binnen het gezin, kwam er daardoor een grote druk op zijn schouders. Praten over die periode vindt hij moeilijk. "Als ik iets wil horen, ga ik naar mijn tante: zijn zusje."Die periode heeft veel van haar vader gevraagd, merkt Mounia. Daar komt een stukje Marokkaanse geschiedenis bij. Zo weet Mounia dat haar oma met kleine kinderen heeft moeten vluchten vanwege aanvallen vanuit het Spanje van dictator Franco. "In die regio is met gif aangevallen. Dat zie je nog aan de droogte en geringe begroeiing."De enkele keren dat Mounia haar vader bevroeg over verhalen die ze van haar tante hoorde, werd hij emotioneel. "Hij heeft die pijn nooit een plek weten te geven en kan daar geen woorden voor vinden."Emotie als de grens naderdeMounia herinnert zich dat toen ze als klein meisje zittend op de achterbank van de auto met haar ouders onderweg naar Marokko in de buurt van Spanje kwam, haar vader steeds stiller en stressvoller werd. "Die grensovergangen deden wat met hem. Heel lang begreep ik dat niet. Nu denk ik dat het echt om een gevoel ging van 'mag ik er wel zijn'."Haar ouders zijn in Marokko getrouwd. Al hun kinderen zijn in Nederland geboren. Mounia heeft twee oudere en twee jongere broers. Haar moeder vond die overgang 'raar en groot'. Ze liet haar familie achter vanuit een gezin van elf kinderen. "Alsof je als bloem wordt weggeplukt vanuit de grond die je kent en ergens anders weer wordt herplant. Alles is letterlijk nieuw: je spreekt de taal niet, het is koud, het is anders."Rauw en verdrietig afscheidAls kind herinnert zij zich de feeststemmingen als het gezin Marokko bezocht. "Iedereen was blij en enthousiast. Er gingen tassenvol cadeautjes en spullen mee." De terugkeer naar Nederland en het afscheid daar was dan weer 'rauw en verdrietig'. "Ik weet niet of daar een verlangen om terug te gaan onder zat, maar het gemis was in elk geval heel groot." Een vaste telefoon had het gezin bovendien heel lang niet. "Ze stuurden elkaar cassettebandjes toe."Mounia groeide op in Presikhaaf. In die multiculturele wijk voelde zij zich als onderdeel van een migrantengezin niet heel anders dan de rest. "Er waren er meer zoals wij. Dus we vielen niet heel erg op. Het was best een gezellige tijd."Moeder werd nagestaard door hoofddoekAnders was dat in de periode dat het gezin in Opheusden woonde. Haar vader werkte in Kesteren en de werkgever regelde een huis voor hen. "Dat was een hele grote overgang: van Presikhaaf naar een omgeving waar niemand op ons leek." Haar moeder draagt een hoofddoek. "Toen ervaarde ik wel dat er naar haar werd gekeken en dat ze werd nagestaard."Tegelijkertijd was haar moeder iemand die met Eid el Fitr (Suikerfeest) of Eid el Adha (Offerfeest) koekjes of ander eten uitdeelde. "Ze was altijd in verbinding. Het maakt niet uit hoe mensen op haar reageerden: ze kregen een soort hartelijkheid van haar terug. Als ik nu nog mensen uit die tijd tegenkom, vragen ze altijd hoe het met mijn moeder is."Het besef van de ongelijke kansen die zij had, kwam bij Mounia pas later. "Mijn ouders konden mij in taal niet corrigeren. Dat heb ik echt op school moeten leren. Daar heb je dus al een soort achterstand in."'Ga terug naar je eigen land'Verder denkt Mounia dat elke persoon van kleur wel dingen meemaakt die je wijzen op het feit dat je 'anders' bent. "Dat er iets tegen je wordt geroepen, zoals: 'ga terug naar je eigen land'. Dat raakt je als kind. 'Ik ben toch hier geboren', dacht ik dan. Waar moest ik dan heen? Dat bracht me in verwarring."Later in haar leven ziet Mounia dat ze altijd wel harder heeft moeten werken dan anderen om dingen te bereiken. "Maar dat is lastig te duiden. Die discriminatie is nooit helemaal aan de oppervlakte. Die is veel subtieler. Zit meer in het gevoel. Als het concreter was, was het makkelijker: dan kun je melding maken of het ergens adresseren."Heel lang had ik de naïeve hoop dat mijn kinderen dat niet meer zouden meemaken, nu weet ik dat we nog niet zover zijnNu woont Mounia in de wijk Schuytgraaf met haar man en vier kinderen van 3, 5, 8 en 18 jaar oud. "Dus dat is thuis ook hard werken. Het maakt ook wel dat je thuis ook echt thuis bent. Dan is er geen ruimte om met andere dingen bezig te zijn of over andere dingen na te denken."Discriminatie ziet zij nog steeds. "Heel lang had ik de naïeve hoop dat mijn kinderen dat niet meer zouden meemaken. Nu weet ik dat we nog niet zover zijn."Geen makkelijk antwoordTerwijl haar kinderen toch inmiddels derde generatie zijn met goed geïntegreerde ouders. Wat daar dan nog meer voor nodig is? "Als dat antwoord zo makkelijk was, zouden we er al zijn. We moeten het in elk geval bespreekbaar blijven maken, onze systemen niet leidend laten zijn en kritisch en waakzaam blijven."Zelf haalt Mounia vooral kracht en doorzettingsvermogen uit haar ervaringen. "Soms een opmerking incasseren, die van me afschudden en weer gaan. Dat zijn belangrijke levenslessen." Ook uit haar opa die huis en haard achterliet en de tocht ging maken, haalt ze inspiratie. "En van mijn moeder die ging verbinden met haar schaal koekjes."'Deze plek is er voor iedereen'Mounia hoopt in haar rol als wethouder ook een voorbeeld te zijn voor anderen. "Ik wil hier ook zitten voor iedereen die zich op welke manier dan ook in mij herkent en wil uitstralen: deze plek is er voor iedereen."Haar geloof helpt haar daarbij. "De hartelijkheid, zachtheid en verbondenheid: ik ontvang mensen met een open hart. Ik geloof dat sommige schouders de lasten moeten dragen. Als ik dat op bepaalde vlakken moet zijn, dan ontvang ik dat. Daar probeer ik altijd weer kracht uit te halen."Weer betalen per afvalzak, een nachtburgemeester en rookvrije parken: dit wil Arnhem(opent in nieuw venster)