De Poolse premier Donald Tusk zei zaterdag dat het monument "een muur van herinnering" zal worden. Het is zaterdag precies 83 jaar geleden dat Oekraïense nationalistische groepen aanvallen uitvoerden op burgers in het door Duitsland bezette Polen, onder meer in kerken.
Strijders van het Oekraïense Opstandelingenleger (UPA) en de Organisatie van Oekraïense Nationalisten (OUN) verdreven etnische Polen uit West-Wolynië, een gebied dat voor de Tweede Wereldoorlog bij Polen hoorde. Volgens Warschau werden daarbij in 1943 en 1944 ongeveer 100.000 Poolse burgers gedood. In Polen wordt die daad als genocidaal gezien, maar Oekraïne heeft dat nooit erkend.
De discussie laaide eerder dit jaar op toen Zelensky een Oekraïense legereenheid de eretitel "Helden van de UPA" gaf. Dit leidde tot felle kritiek van de Poolse president Karol Nawrocki. Hij besloot daarop Zelensky de hoogste Poolse onderscheiding af te nemen.
Kyrylo Budanov, de stafchef van Zelensky, gaf hierna uit protest zijn Poolse staatsonderscheiding terug. Op X noemde hij de actie een "geschenk voor de Russische agressor". "Onze landen hebben een langdurige band met zowel heroïsche als tragische bladzijden in de geschiedenis." Volgens hem zou dat aanleiding moeten zijn voor "diepe reflectie".










