Laat het volk maar beslissen over onze toekomst, leken Marine Le Pen en Nigel Farage deze week te denken. De veroordeling in hoger beroep voor misbruik van publiek geld door de Franse politica, de opstapeling van onderzoeken naar financiering voor de Brit: van schaamte is geen spoor te bespeuren. In plaats van te vertrekken of spijt te betuigen, presenteren de radicaal-rechtse Europese politici zich als slachtoffer en gebruiken ze de zaken als brandstof. Zíj zijn degenen die worden tegengewerkt, maar dat laten ze niet gebeuren.
Marine Le Pen stelde zich dinsdag vlak na haar veroordeling verkiesbaar voor de presidentsverkiezingen, Farage riep diezelfde dag een verkiezing uit zodat de mensen kunnen besluiten: willen ze hem of de ‘gevestigde orde’?
Het hof van beroep in Parijs oordeelde dinsdag dat Le Pen (samen met haar partijgenoten) schuldig is aan het jarenlang verduisteren van bijna drie miljoen euro aan Europees geld. Het verbod op verkiesbaarstelling is korter dan de straf die ze in eerste instantie kreeg opgelegd. Hierdoor kan ze toch meedoen aan de presidentsverkiezingen van april 2027.
Een paar uur na het voorlezen van het vonnis maakte Le Pen in het Franse avondjournaal haar kandidatuur bekend. Dat ze op verkiezingsdag mogelijk een enkelband draagt, omdat ze ook een jaar onvoorwaardelijke celstraf heeft gekregen, die ze in huisarrest mag uitzitten, leek bijzaak. De kiezers „zullen rechters zijn”, zei ze. Door in cassatie te gaan hoopt Le Pen het dragen van de enkelband zo lang mogelijk te kunnen uitstellen. Ook het feit dat ze wel degelijk schuldig bevonden is, op basis van een grote hoeveelheid bewijs, was net als de enkelband bijzaak in haar televisietoespraak – en dat terwijl ze zich jarenlang heeft ingezet voor een wet die bekleding van een publiek ambt onmogelijk maakt na het sjoemelen met publiek geld.











