In acht jaar kan er veel veranderen. In 2018, tijdens de laatste Nederlandse handelsmissie naar China, reikte toenmalig premier Rutte een prijs uit aan de Chinese techreus Huawei: een bedankje voor Huaweis investeringen in Nederland.
Maar de bewondering voor China’s innovatiekracht sloeg om in zorgen over cyberveiligheid, te grote economische afhankelijkheid, teleurstelling over Chinese steun aan Rusland en een scheve handelsbalans die de Europese industrie uitholt.
Het sentiment over China is gekanteld, weet minister Sjoerd Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, D66). Hij heeft net een intensieve driedaagse reis naar Beijing en Shanghai achter de rug, de eerste ministeriële handelsmissie naar China sinds 2018. In zijn kielzog gingen zeventien bedrijven mee, met name toppers uit de chipsector.
Anders dan in 2018 beseft het Nederlandse kabinet nu wel dat het kaarten in handen heeft die een prominente rol op het wereldtoneel rechtvaardigen. Voor chipmakers, ook die in China, zijn de lithografiemachines van ASML een schakel in hun productielijnen. Daardoor is Nederland een belangrijke gesprekspartner voor de grootmachten, zegt Sjoerdsma als hij terugblikt in de residentiewoning van het consulaat in Shanghai. „Ook tijdens deze reis heb ik weer geleerd dat we onszelf geen klein land moeten noemen. Met 18 miljoen inwoners zijn we de achttiende economie ter wereld en boksen we ver boven ons gewicht.”










