Het leek in kannen en kruiken: de komst van de digitale euro. Maar na bijna zes jaar aan gesprekken over de digitale munt, waarbij alle plooien en initiële bezwaren – op het vlak van privacy en publiek versus privaat domein – zijn gladgestreken, laait de weerstand van de oppositie weer op.

Donderdag wordt er daarom alsnog gestemd over de invoering van de digitale euro in het Europees Parlement in Straatsburg. Geen cash, en géén giraal geld op een bankrekening, maar een publieke digitale euro, die altijd in te wisselen is voor contant geld via de ECB – de Europese Centrale Bank die niet failliet kan gaan, zo is de gedachte, en die ook offline toegankelijk moet zijn (bij bijvoorbeeld stroomuitval).

De parlementscommissie die de eerste onderhandelingen over de digitale munt leidde (ECON genaamd, voor de liefhebber), had een plenaire parlementsstemming over willen slaan, en wilde het liefst direct aan tafel met de EU-landen. Maar het parlement laat zich niet passeren.

Ook volgt er een stemming over het aanbieden van digitale-euro-diensten door aanbieders van betaaldiensten en banken in EU-landen waar de euro niet als munteenheid geldt. Het gaat daarbij om zes landen die buiten de eurozone vallen: Denemarken, Hongarije, Polen, Roemenië, Tsjechië en Zweden.