De advocaat-generaal bij de Hoge Raad schrijft in een advies dat de zaak van de dood van een vrouw in 1993 in Breda moet worden overgedaan.
Volgens de advocaat-generaal is er nieuw bewijs dat mogelijk een ander licht werpt op de dood van 58-jarige Tim Mui Cheung. De vrouw werd op 4 juli 1993 in het restaurant van haar zoon geslagen met een wok en gewurgd. Toen de politie haar vond was ze overleden. De gokkast was leeggeroofd.
In deze zaak, die bekend werd als die van 'de Zes van Breda', werden in 1995 in hoger beroep drie mannen en drie vrouwen tot gevangenisstraffen van twee tot tien jaar veroordeeld.
Die veroordelingen waren voornamelijk gebaseerd op bekentenissen van de vrouwen. Later namen ze daar afstand van. Ze zeiden dat ze die onder druk van hun verhoorders hadden afgelegd. Ook de mannen zeiden onschuldig te zijn.
In 2012 bepaalde de Hoge Raad dat de zaak over moest, maar het hof in Den Haag kwam in 2015 tot hetzelfde oordeel als dat in 1995 in Den Bosch. De uitspraak van Den Bosch bleef gehandhaafd. Twee jaar later wees de Hoge Raad een nieuw herzieningsverzoek af.







