De uitspraak ‘never meet your heroes’ moet door Keith Richards’ hoofd gestuiterd zijn, toen hij in het gezicht gestompt werd door zijn grote held Chuck Berry. Richards had het gewaagd om Berry’s gitaar op te pakken, backstage na een show. Al na een paar akkoorden voelde hij de vuist van Berry: „Niemand raakt mijn gitaar aan!” Zijn klap was „one of Chuck’s biggest hits”, lachte Richards achteraf.

Rockers en gitaren zijn als cowboys en paarden, ridders en zwaarden, televisierecensenten en afstandsbedieningen – de twee delen een bijna echtelijke liefde. Veel rockers gaven hun gitaren zelfs namen. B.B. King had Lucille, Eric Clapton: Blackie, en Neil Young: Old Black. (Mijn afstandsbediening heet Stacy.)

Paul McCartney heeft níét zo’n relatie met zijn instrument. En dat is jammer, want juist over zíjn basgitaar werd gisteren een documentaire van anderhalf uur uitgezonden: Het Uur van de Wolf: Paul McCartney en de vermiste bas.

De Britse documentaire volgt ‘basdetectives’ bij hun zoektocht naar McCartneys gestolen basgitaar. De iconische vioolvormige Höfner werd midden jaren zeventig gejat uit McCartneys toerbus. Roadies hadden bier op, dachten de bus later wel op te halen uit een Londense wijk vol anarchisten en kunstenaars: bas weg.