Nederland was niet goed voorbereid op de vaccinatiecampagne tegen corona, wat tot onnodige vertraging heeft geleid. Daarom begonnen de eerste vaccinaties pas op 6 januari 2021, als laatste land van de Europese Unie. Dat zei Jaap van Delden maandagochtend tijdens zijn verhoor. Hij was tijdens de coronapandemie verantwoordelijk voor het vaccinatieprogramma bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Het RIVM wilde de vaccinatie aanvankelijk organiseren zoals de jaarlijkse griepvaccinatie, via de huisarts. Die kennen hun patiënten goed en weten wie kwetsbaar zijn. „Die griepvaccinatie loopt altijd goed”, zei Van Delden maandagochtend. „Wij dachten: ‘wat hebben wij mazzel met zo’n fijnmazige structuur. Laten we dat gebruiken, dat is ideaal’.”

Bulkverpakkingen

Maar bij corona werkte het niet, bleek in november 2020. Probleem was dat de vaccins op extreem lage temperaturen (-70 graden) moesten worden bewaard en werden geleverd in grote bulkverpakkingen; de vriezers en de logistiek van huisartsenpraktijken konden dat niet aan. Die gewaarwording was „ongemakkelijk”, zei Van Delden. „We hadden een scenario voorbereid dat niet bleek te kunnen.”

Er was vooraf niet nagedacht over een plan B. Ook hield het RIVM te lang vast aan de wens te vaccineren via huisartsen. Pas toen de GGD’s waren gevraagd om grootschalig te gaan vaccineren op grote locaties, kwam er vaart in de vaccinatierondes. Andere landen deden dat al vanaf het begin. Van Delden: „Achteraf gezien hadden we een alternatief scenario moeten bedenken. Dan hadden we al in december kunnen beginnen.” Hoeveel zieken en doden dat had kunnen voorkomen, durfde Van Delden niet te schatten. Hij wees er wel op dat in die beginperiode maar tienduizenden vaccins per week beschikbaar waren – in juni 2021 waren dat er anderhalf miljoen per week.