De Veluwe, het Fochteloërveen, de Weerribben-Wieden en de Biesbosch: het is een greep uit de meer dan honderd gebieden in Nederland die last hebben van te veel stikstof. Kwetsbare planten worden door de grote hoeveelheid stikstof verdrukt door planten die snel groeien door stikstof, zoals grassen en bramen. Dat heeft weer negatieve gevolgen voor allerlei insecten die van die kwetsbare planten afhankelijk zijn.
Het kabinet hoopt die stikstofgevoelige gebieden wat meer te beschermen door een pakket aan maatregelen. Veel boeren moeten door de koeiennorm vee inleveren of grond aankopen en boeren die dicht bij Natura 2000-gebieden zitten, moeten hun bedrijven flink aanpassen of vertrekken.
De gedachte is dat door die maatregelen de stikstofcrisis wordt opgelost. Maar het is niet zo dat het door het oplossen van de stikstofcrisis direct ook veel beter gaat met de natuur. Er is de afgelopen decennia dusdanig veel stikstof op sommige natuurgebieden terechtgekomen, dat in de bodem te veel stikstof zit. Daar zal ook iets aan moeten worden gedaan.
En er is meer. In veel natuurgebieden is stikstof lang niet het enige probleem. Er zijn veel meer factoren waardoor natuurgebieden er vaak niet goed voor staan. Uit rapporten van de Ecologische Autoriteit blijkt dat veel natuurgebieden ook last hebben van te veel recreatie en van verdroging.










