Met de handen losjes in zijn broekzakken staat Mohamed Ouahbi zaterdagmiddag langs de zijlijn. Het is een vaste pose van de Marokkaanse bondscoach, hij kan het soms meerdere minuten achtereen volhouden. Een enkele keer haalt hij een arm uit zijn zak, en gebaart hij wat naar een speler. Soms fluit hij op zijn vingers. Altijd in volledige zelfbeheersing, zelfs bij een grote kans voor de tegenstander.

Maar op slag van rust, in de achtste finale tegen Canada, kan Ouahbi zijn frustratie even niet verbergen. Vanaf de bank in het Houston Stadium ziet hij zijn ploeg opnieuw een fout maken, en schudt hij geërgerd het hoofd. Kort daarop heft hij moedeloos de armen en gebaart dan wild. Marokko komt amper aan aanvallen toe. Pas na 25 minuten werd het eerste schot gelost, en daar is het vooralsnog bij gebleven.

Het gevaar komt in deze openingsfase van Canada, op papier beduidend minder dan de recente winnaar van de Africa Cup. Een onprettige verrassing voor veel toeschouwers in het Marokkaanse kamp, blijkt uit het toenemende gefluit op de tribunes. Ze hadden er meer van verwacht, zeker na de overtuigende overwinning maandag op Nederland, een land in de top tien van de FIFA-wereldranglijst.

In het Mexicaanse Monterrey kwam het weliswaar tot strafschoppen, maar in de 120 minuten ervoor toonde Marokko zich op veel momenten een klasse beter dan Nederland. Dat kwam ook door de behoudende manier waarop bondscoach Ronald Koeman het dynamische Marokko probeerde te bestrijden: door een middenvelder eraf te halen, en er een extra verdediger bij te zetten.