"Het is niet zo erg als dat we voorafgaand aan het weekend hadden gedacht", probeerde Hamilton zaterdag in eerste instantie nog positief te blijven op de persconferentie. De Brit was even eerder als tweede geëindigd in de sprintrace, maar daarna was hij toch behoorlijk uitgesproken.

"Sommige coureurs hadden op de simulator al gemerkt hoe slecht het zou gaan met het energieverbruik. Maar de motor loopt wel terug en dat is niet ideaal. Het voelt nog steeds goed om door Copse en Maggots en Becketts te gaan, maar de motor gaat daar wel een soort van dood."

Omdat de batterij op die punten moet worden opgeladen, loopt de motor automatisch terug, terwijl de coureurs vol gas blijven geven. Al het hele seizoen klagen de coureurs over het zogeheten superclipping.

"Je moet die bochten in de zevende versnelling nemen, want de achtste versnelling haal je niet", vervolgde Hamilton. "Daarna ga je het rechte stuk op, waarna de motor sterft en de snelheid al helemaal uit de auto gaat. Als coureur wil je juist dat de motor door en door gaat, de limiet opzoekt. Dat is waar racen om draait."

Hamilton kreeg op de persconferentie bijval van Lando Norris. De nummer drie van de sprintrace moest lachen toen hij de vraag kreeg of hij nog iets aan het relaas van Hamilton wilde toevoegen.