‘Hello? Hello? Can anybody hear me?’

Wanhopige woorden aan het begin van de psychologische horrorfilm Backrooms. We kijken door de camera van een jongen die dwaalt door een lege ruimte. Hij roept, maar niemand antwoordt. Alles om hem heen ademt verlaten kantoorbanaliteit: groezelig tapijt, zoemende tl-buizen, systeemplafonds. De muren om hem heen zijn geel; geen monter citroengeel, maar de viezige, vermoeide tint van oud papier en bedorven boter.

De ironie is haast te mooi om waar te zijn. Een jongen roept door een lege ruimte of iemand hem kan horen en lokt daarmee miljoenen naar de bioscoop. Vooral Gen Z rukte de afgelopen weken massaal uit om de film te zien. Niet thuis achter de laptop, niet eens op de smartphone, maar in het donker van de filmzaal. Ouderwets griezelen. Samen.

Sarah Meuleman is auteur en scenarioschrijver.

In het openingsweekend eind mei bracht Backrooms wereldwijd 118 miljoen dollar op. De toen twintigjarige Kane Parsons werd de jongste regisseur ooit met een nummer 1-debuut in de Verenigde Staten. Daarmee bereikte de film iets uitzonderlijks. Juist in een tijd waarin Hollywood zich suf zoekt naar manieren om jonge kijkers naar de bioscoop te krijgen, bewijst Backrooms dat het kan.