Op 14 mei, ’s ochtends even na tienen, verliet de Russische tanker Marsjal Vasilevski de haven van Bolsjoj Bor in de oblast Leningrad, op weg naar Kaliningrad. Voor de kust van Estland vloog de Estse kustwacht over. En de Esten zagen iets wat ze nooit eerder op een tanker, een niet-militair schip dus, hadden gezien: machinegeweren en zandzakken op het dek.
Dit gebeurt precies op een moment waarop de kansen in de oorlog in Oekraïne lijken te keren en president Poetin op allerlei fronten in het nauw raakt. De vraag rijst wat Poetins opties zijn. En wat hij kan gaan doen. Allerlei scenario’s doen momenteel de ronde. Eén daarvan is dat hij de aandacht van Europa gaat proberen af te leiden. Want een van de oorzaken van Poetins malaise is dat Europese wapenleveranties aan Oekraïne op stoom komen. Als hij erin slaagt om de Europeanen een acuut veiligheidsprobleem te bezorgen, dan gaan ze die wapens misschien voor zichzelf houden. Als hij erin slaagt om Europese wapenleveranties van Oekraïne af te snijden, heeft Poetin een kans om Oekraïne alsnog aan zich te onderwerpen.
Daarom is die tanker in de Oostzee interessant. Waarom ineens die machinegeweren, op voor- en achterdek? En waarom waren er meer mensen aan boord dan normaal op een tanker die enkel vloeibaar gas vervoert? Want dat stelden de Esten ook vast: de Marsjal Vasilevski, die dit jaar al vier keer heen en weer is gegaan naar Kalinigrad, heeft in totaal vijftig passagiers vervoerd, van wie er 22 voor het Russische leger en de geheime dienst werken.













