Zorgvuldig. Daar was het woord weer.

Dit keer in het onderzoeksrapport van de Gezondheidsraad over transgenderzorg. Er wordt zorgvuldig afgewogen. Zorgvuldige diagnostiek, zorgvuldige indicatiestelling. De zorg is „zorgvuldig ingericht”, zo luidt de conclusie. Ophef om niets dus.

Als Kamerlid van NSC diende ik de motie in die tot dit onderzoek leidde. Er waren internationaal zorgen ontstaan over het ‘Dutch protocol’. Een in Nederland ontwikkelde aanpak waardoor tieners met genderdysforie niet langer hoefden te wachten tot zij volwassen waren maar al eerder met puberteitsremmers konden beginnen.

Je voorkomt dat tieners die zich jongen voelen borsten krijgen, en tieners die zich meisje voelen gezichtshaar. Het betekent óók het staken van de ontwikkeling, het mentale, seksuele en hormonale volwassen worden. Doodongelukkige jongeren met genderdysforie maak je er in elk geval tijdelijk heel erg gelukkig mee.

Officieel geldt de behandeling als een tijdelijke pauzeknop, maar in praktijk gaat 98 procent van de kinderen verder met het medische traject, met een onomkeerbare definitieve hormonale en chirurgische verbouwing van het lichaam, met alle gevolgen van dien voor hun toekomstige gezinsleven, voor hun seksueel functioneren, voor hun identiteit. Een beslissing die wordt gebaseerd op het zelfinzicht van een veertienjarige.