In een langverwacht rapport concludeert de Gezondheidsraad dinsdag dat de wetenschappelijke basis van de transgenderzorg voor jongeren op punten onzeker is. Toch moet de zorg doorgaan, adviseert de onafhankelijke adviesraad. In Nederland is de behandeling als geheel „zorgvuldig” en de hormoonbehandeling geeft „geen directe aanleiding tot zorg”. Daarmee komt na jaren van maatschappelijke onrust een antwoord op de vraag: is deze zorg houdbaar?
In Nederland kunnen kinderen en jongeren met prangende vragen over hun geboortegeslacht terecht bij behandelcentra. De grootste genderpoli van Nederland, in het Amsterdam UMC, heeft jaarlijks plek voor een paar honderd nieuwe minderjarige patiënten. Er staan duizenden op de wachtlijst. Mensen die zich bij de kliniek melden, gaan eerst in gesprek met een psycholoog of, als sprake is van veel mentale problemen, met een psychiater. Die pluizen uit of sprake is van genderdysforie, een diepgeworteld gevoel van onbehagen over het geboortegeslacht. En wat iemand daarna nodig heeft.
Laatste jaren neemt de kritiek op deze zorg toe, mede ingegeven door een opvallende stijging in het aantal mensen dat zich bij genderpoli’s meldt, zonder dat dit sluitend is te verklaren. Opiniemakers, wetenschappers en politici vragen zich af: is dit een modegril? Heeft deze zorg wel nut?







