Elk jaar voor de zomer stel ik mezelf de vraag: waar zat ik fout? Heb ik een standpunt ingenomen dat ik bij nader inzien wil verlaten? Taalkundige Wim Daniëls bedacht er een prachtig woord voor: stondpunt.

Met dat ritueel probeer ik tegen de confirmation bias in mijn eigen brein te strijden: de menselijke neiging om informatie te negeren die in tegenspraak is met onze overtuigingen. Om te ontdekken dat er kleppen op je ogen zitten moet je actief op zoek naar andere gezichtspunten. En je met open geest afvragen: zit hier wat in? Want oogkleppen en goede journalistiek gaan niet samen.

Dus waar zat ik fout? Ik las mijn columns van het afgelopen jaar terug en vond geen stondpunt. Wel een afdronk die me niet zint. Ik geef een dubbelhartige boodschap af over de overheid.

Uit veel van mijn columns zou je kunnen concluderen dat ik voor een grote interventionistische overheid ben. Regelmatig som ik een waslijst op met opdrachten voor het kabinet.

„Man, het is zoveel”, schreef ik in juni. „Als Nederland een huis was, dan is er een probleem met de fundering, de pijpleidingen en bedrading, het dak en de kozijnen terwijl een langdurige storm opsteekt.” Er moeten woningen gebouwd, het stroomnet verzwaard, een sterkere krijgsmacht uit de grond gestampt. De landbouw en de industrie moeten met slimme overheidshulp milieu- en klimaatvriendelijker worden. Europa moet minder kwetsbaar worden voor economische chantage vanuit de VS en China. En dat moet allemaal vanuit de overheid worden aangejaagd.