De kat van de overburen en ik hebben een meningsverschil. Beter gezegd: wij hebben meningsverschillen, in overweldigend meervoud. Mowgli en ik zijn het over meer dingen niet dan wel eens en dat maakt het moeilijk, bijna onmogelijk om ons conflict beknopt samen te vatten.

Toch voel ik me genoodzaakt een poging te wagen, hier, voor ieders ogen, want ik vermoed dat hij intussen de hele buurt bewerkt en ik weet precies hoe onschuldig dat addergebroed zich dan voordoet. Dan is het weer van „miew miew” in plaats van „fft fft”. De schoft heeft twee gezichten. Trap er niet in: hier is míjn kant van het verhaal.

Het eerste meningsverschil vond plaats voor mijn deur. Mowgli vond het toelaatbaar om daar tot laat in de avond nijdig te miauwen, en ik vind het getuigen van goed buurschap om na een zeker tijdstip je mond dan wel bek te houden. Ik opende mijn deur om dat op kalme toon aan Mowgli uit te leggen, waarop hij mijn woning binnenwandelde en welgemeend begon te blazen.

Dit vond ik vrij onbeschoft, maar ook overkomelijk. We hebben allemaal weleens een slecht humeur.

Het slechte humeur van de kat van de overburen bleek echter permanent en uitsluitend op mij gericht. Naast geluidsoverlast en intimidatie voegde Mowgli bovendien een nieuw vergrijp toe aan zijn lijst van wangedrag: hij begon twee keer per week tegen mijn deur te plassen, liefst midden in de nacht, zodat ik wakker werd met de geur van kattenpis.