Toen ik de opstelling van Nederland tegen de Marokkanen zag had ik de neiging om Ronald Koeman te bellen en hem erop te wijzen dat we niet tegen de Fransen, Spanjaarden of Argentijnen gingen spelen, maar tegen een middelmatig Noord-Afrikaans elftal dat banger voor ons is dan wij voor hen. Dus geen defensie van vijf man. Gewoon vier spitsen.

Waarom ik hem niet gebeld heb? Omdat ik in de weken ervoor gezien had dat de goede man inmiddels totaal onbereikbaar was. Murw, moe, verzadigd, oud, hangend in zijn eigen gelijk en veel te vaak met het inmiddels bot geworden bijltje gehakt. Hem kon ik niets meer wijs maken. Niemand kon dat nog. Dat was al duidelijk toen hij zijn radeloze wissels tegen Japan ging verdedigen. Later kwam hij daar gelukkig met een vleugje zelfspot van terug, waarop ik dacht: er smeult nog een waakvlammetje in de goede oude Ronald. Maar toen hij Marokko met de staart tussen de benen tegemoet trad dacht ik: lieve man, stop ermee. En dat heeft hij dan ook onmiddellijk gedaan. Verstandig besluit.

Tekenend voor het Nederlandse voetbal vond ik het afgekloven reclameblok rond alle wedstrijden. De vroeger zo stoere Feyenoorder John de Wolf verkleed als bejaarde tandeloze carnavalsleeuw, de iets te optimistische snollebollekende rattenvanger van de Jumbo met zijn radeloze barbecue-aanhang en de meneer die ons steeds bloedserieus een extra pensioenpotje probeerde aan te smeren. Vooral dat potje gaf de lusteloze voetbalsfeer in ons land perfect weer. Je geld laten werken en er zelf lekker bij zitten. Ons welvarende koninkrijk prachtig samengevat.