Drie afgekeurde doelpunten, een penalty en maar liefst 19 minuten extra tijd: het is Portugal na een knotsgekke wedstrijd tegen Kroatië gelukt om de achtste finales van het WK-voetbal te bereiken. De wedstrijd in de nacht van donderdag op vrijdag stond voornamelijk in het teken van de strijd tussen twee voetbalvedetten: Cristiano Ronaldo (41) en Luka Modrić (40). Voor beide mannen is het (hoogstwaarschijnlijk) hun laatste WK.

Beide ploegen wisten in de eerste helft van de wedstrijd – de laatste die in de Canadese stad Toronto werd gespeeld – een aantal mogelijkheden te creëren maar kwamen niet tot scoren. Daar kwam na de rust gauw verandering in, toen Kroatïe in de 53ste minuut op voorsprong kwam dankzij Ivan Perišić.

Hij rondde een aanval succesvol af na voorbereidend werk van Josip Stanišić. Nog geen tien minuten later werd een doelpunt van Ronaldo afgekeurd wegens buitenspel. Gelukkig hoefde Portugal niet lang te wachten op de gelijkmaker: in de 66ste minuut kreeg het een penalty toegekend nadat de VAR had vastgesteld dat Renato Veiga in het strafschopgebied naar de grond werd getrokken door Nikola Vlašić.

Cristiano Ronaldo benutte de strafschop. Het was voor de Portugese ster zijn 146e interlanddoelpunt en bovendien zijn eerste treffer ooit in de knock-outfase van een WK.