Het belooft een heet begin van de Tour de France te worden dit weekend, bloedheet zelfs. Naar verwachting komt het kwik ruim boven de dertig graden uit als de renners zaterdag aan de start in Barcelona verschijnen, met een luchtvochtigheid van meer dan 60 procent. Na een tijdrit op zaterdag en een heuveletappe langs de Spaanse kust met flink wat hoogtemeters, klimt het peloton op maandag de Pyreneeën over naar Frankrijk, waar de temperaturen voor het eerst wat zullen dalen.

Vier jaar geleden barstte de discussie over de toekomstbestendigheid van de Tour al los, toen renners op sommige dagen met 40 graden in het zadel zaten. Wielerliefhebbers kennen de beelden van renners die, gutsend van het zweet, bidons met water over hun hoofd leegknepen terwijl brandweermannen het asfalt bespoten ter verkoeling. De ploegen klaagden steen en been. „Verschrikkelijk, alsof je in een oven rijdt”, zei Fransman Thibaut Pinot. Op de finishlijn van de negende etappe stortte zijn landgenoot Alexis Vuillermoz in door een hitteberoerte. Zijn Tour was ten einde.

Diezelfde discussie is dit jaar nog prangender. Een week geleden werd Frankrijk geteisterd door één van de zwaarste hittegolven ooit. De Franse gezondheidsdienst telde meer dan duizend extra doden door de hitte, die overal in het land records verbrak. Frankrijk ligt in het deel van Europa dat een paar jaar geleden werd aangemerkt als ‘hittegolf-hotspot’. Het aantal hittegolven neemt hier drie tot vier keer sneller toe dan elders op het noordelijk halfrond.