De parkeerplaats van Aston Martin strekt zich uit zover het oog reikt. Honderden auto’s staan er al. En dan is het nog niet eens 9.00 uur. Je zou denken dat het merk hier zijn auto’s voor de openbare weg produceert, of misschien de dure sportwagens die voor het circuit bedoeld zijn. Maar in de fabriek naast het parkeerterrein, een 350 meter lang complex in de groene weilanden van het Britse Northamptonshire, worden slechts twee voertuigen per jaar gebouwd: de auto’s van het Aston Martin-Formule 1-team.

De twee sléchtste F1-wagens van het veld – het moet meteen gezegd. De AMR26, zoals het model voor dit jaar heet, is vanwege een keur aan problemen chronisch onbetrouwbaar en tergend langzaam. Aan het begin van het jaar trilde de Honda-motor de hele auto kapot, maar nu dat probleem is opgelost blijkt hij ook heel weinig vermogen te leveren. En ook aan het ontwerp van de auto en de versnellingsbak die Aston Martin dit jaar voor het eerst zelf bouwt, mankeert een hoop. Door een hoop mazzel bij de chaotische race in Monaco scoorde het team tot nu toe één punt.

Lees ook

Gammele Honda-motor trilt hoge ambities van F1-team Aston Martin aan stukken

Als je rondloopt in de Aston Martin-fabriek, zie je dat de wanprestaties niet aan de faciliteiten liggen. In de kantoor- en fabricageruimtes aan de smetteloos glimmende gangen in het eind 2024 opgeleverde gebouw, is plek voor 1.100 medewerkers. Overal staat de nieuwste en beste apparatuur.