De eerste getuige die twee keer langskomt bij de enquêtecommissie is Jaap van Dissel, woensdagmiddag. Niet om net als vorige keer ‘college’ te geven over waarom het Outbreak Management Team (OMT), waarvan hij de voorzitter was, het allemaal prima had gedaan tijdens de coronacrisis. Wel om tekst en uitleg te geven over coronamaatregelen, onder meer de avondklok. Die werd, na een relatief rustige zomer, in september 2020 voor het eerst in het OMT besproken en een paar maanden later ingevoerd.
Vooral in de grote steden nam het aantal besmettingen na de zomer snel toe. Regionale maatregelen zoals het sluiten van de horeca in die steden zou weinig zin hebben, zei Van Dissel, want dan zouden stedelingen kunnen uitwijken naar omliggende plaatsen. Daarmee kwam een regionale avondklok in beeld, omdat die de bewegingsvrijheid van bewoners in die steden kan beperken. „Als je om zes uur uit je werk thuiskomt, bijvoorbeeld in Amsterdam, dan kun je niet meer die avond naar de horeca in Purmerend”, gaf Van Dissel woensdag als voorbeeld.
Je vraagt mensen om een offer te brengen in hun grondrechten, terwijl we niet 100 procent kunnen zeggen wat dat betekent voor het verloop van de uitbraak
Het OMT was verdeeld over het instellen van een avondklok, zei hij. „Je vraagt mensen om een offer te brengen in hun grondrechten, terwijl we niet 100 procent kunnen zeggen wat dat betekent voor het verloop van de uitbraak. Het is vanzelfsprekend dat je daar dan aarzelingen bij hebt.”












