„Natuurlijk had ik mijn periode bij Oranje het liefst afgesloten met een wereldtitel”, schreef ex-bondscoach van Oranje Ronald Koeman dinsdagavond op Instagram. Te midden van de naweeën van de verloren wedstrijd tegen Marokko, lijken deze woorden utopischer dan ooit. Vooral in Koemans tweede periode bij Oranje leek de ploeg, ondanks een aantal lichtpuntjes, altijd al kansloos. Wat waren de hoogte- en dieptepunten van Koemans zes jaar aan het hoofd van Oranje?

Ronald Koeman viert in november 2018 de 2-2 tegen Duitsland in de Nations League.Foto Jean Catuffe/Getty Images

Eerste periode: frisse wind

In zijn eerste periode (2018-2020) als bondscoach straalde Oranje onder Koeman optimisme uit. Dankzij de trainer, maar ook door aanstormend talent Frenkie de Jong en door Virgil van Dijk in topvorm, werden in de herfst van 2018 tegen Duitsland en Frankrijk vier goede wedstrijden gespeeld. Tegen de Duitsers werd gewonnen en gelijkgespeeld, terwijl de kersverse wereldkampioen in de Kuip met 2-0 opzij werd gezet. Plots waaide er een frisse wind in Zeist. De Nations League werd niet gewonnen, maar Oranje plaatste zich, blakend van het zelfvertrouwen, voor het EK.

In augustus 2020 kreeg Koeman zijn „droombaan”: coach bij FC Barcelona. Het EK, dat die zomer plaats had moeten vinden, was door de coronapandemie uitgesteld. Door een speciale clausule in Koemans contract kon hij probleemloos overstappen naar de ploeg waar hij destijds als speler vele titels had gewonnen.