De hittegolf is politiek geworden. Voor rechtse politici in Europa was de extreme warmte van vorige week een lastig thema. De hitte, die volgens sommige voorspellingen al eind volgende week kan terugkeren, werd volgens klimaatwetenschappers mede veroorzaakt door klimaatverandering. Sinds de Europese verkiezingen in 2024 zijn rechtse politieke partijen meer geneigd om de gevolgen daarvan te bagatelliseren. Alleen klinkt dat bij gematigde temperaturen overtuigender dan bij 40 graden Celsius.
Veel radicaal-rechtse en populistische partijen nemen klimaatverandering sowieso niet heel serieus. Zij volgen de redenering van de Amerikaanse president Donald Trump, die klimaatverandering in zijn toespraak bij de Verenigde Naties vorig jaar „de grootste oplichterij ooit” noemde. Net als de VS willen deze partijen vasthouden aan het gebruik van fossiele brandstoffen, aangevuld met kernenergie.
Centrum-rechtse partijen hebben het klimaatbeleid de afgelopen jaren juist wel omarmd. Maar onder druk van een stagnerende Europese economie, stijgende energieprijzen en toenemende internationale concurrentie (en van radicaal-rechts), pleiten ze tegenwoordig voor het afzwakken van het Europese klimaatbeleid. Ze zijn voor minder strenge regels voor emissiehandel, het uitstellen van klimaatdoelen en nieuwe richtlijnen (zoals voor de uitstoot van het zeer krachtige broeikasgas methaan) en willen investeren in extra olie- en gaswinning voor meer strategische autonomie.
















