Maria Farland kan de intense blijdschap die ze voelde moeilijk omschrijven. Toen de 59-jarige professor literatuur hoorde dat ze, evenals vele andere Amerikanen, in aanmerking blijkt te komen voor erkenning van haar Canadese nationaliteit, maakte zich „een gevoel van euforie” van haar meester.
Farland, geboren en getogen in het noordoosten van de Verenigde Staten, was zich er altijd van bewust dat ze Canadese voorouders had, vertelt ze via een videoverbinding vanuit New York. De familie van haar grootmoeder trok meer dan een eeuw geleden vanuit Franstalig Canada naar de Amerikaanse staat Rhode Island, om te werken in de industrie van New England. Samen met vele medemigranten hield zij vast aan haar Franstalige identiteit.
„Er was grote trots op die achtergrond”, vertelt Farland, verwijzend naar scholen en kerken van de Franco-Amerikaanse gemeenschap in de regio. „Binnen onze familie werd er altijd gesproken over Canada en we gingen er vaak op vakantie.”
Net als duizenden andere Amerikanen pluist Farland haar Canadese familiegeschiedenis nu tot in detail uit, tot acht generaties terug. Ze staat op het punt om, op basis van oude documenten die de lijn naar haar voorouders aantonen, bewijs van haar Canadese nationaliteit aan te vragen. Dat betekent veel voor haar, zegt ze. Niet alleen wegens de emotionele band met haar voorouders, maar ook om waar die Canadese achtergrond voor staat in het „afschuwelijke” politieke klimaat in Amerika onder president Donald Trump.











