Geldt op een militair terrein een verhoogd risico op natuurbranden, dan hanteert het ministerie van Defensie voortaan strengere regels rondom militaire oefeningen die op dat terrein plaatsvinden. Dat heeft Defensie dinsdag bekendgemaakt. Aanleiding voor het, in jargon, „aanscherpen van het protocol”, zijn de natuurbranden die afgelopen maanden op oefenterreinen ontstonden.
Defensie oefent vaak in natuurgebied, ondanks risico op branden verandert dat voorlopig niet. Defensie stelt dat met het nieuwe beleid risico’s „verder beperkt” worden, „met behoud van de mogelijkheid te oefenen” bij fase 2 van kans op branden. Dat is het geval als het al langere tijd droog is in de natuur, legt de brandweer uit.
Een van de aanscherpingen is dat militairen die springstoffen of oefenmunitie gebruiken, binnen een straal van 25 meter over „brandbestrijdingsmiddelen” (zoals een blusser) moeten kunnen beschikken. Bij „hoog brandgevaarlijke risico’s” mag een terreinopzichter voortaan ook beslissen een oefening af te gelasten. Bij defensieopleidingen komt bovendien meer aandacht voor natuurbrandpreventie.
Eind april ontstond een grote brand op het Artillerie Schietkamp (ASK) ’t Harde, een uitgestrekt militair terrein op de noordelijke Veluwe. Dat incident werd veroorzaakt door een oefening met „gloeiend hete deeltjes” van „oude mijnen”, bleek naderhand uit onderzoek van de Koninklijke Marechaussee.














