In het oude centrum van Monterrey is de verslaggever van televisiezender Canal 6 met zijn camera en gele plopkap op zoek naar Nederlandse fans. Er is alleen een probleem: hij spreekt alleen Spaans, geen Engels. Hoewel, na een paar seconden floept hij er alsnog een Engels zinnetje uit. "I hate Arjen Robben."
Met een glimlach en een handgebaar excuseert hij zich meteen. Hij meent het niet. Of niet meer, wil hij duidelijk maken. Om daaraan toe te voegen: "No era penal".
"No era penal." Het zijn de eerste woorden van vrijwel elke Mexicaan die deze dagen een Nederlander tegenkomt in Monterrey. Maandagavond (lokale tijd) speelt Oranje in de Mexicaanse miljoenenstad tegen Marokko in de zestiende finales van het WK.
Het wordt de eerste keer dat Nederland een wedstrijd in Mexico speelt sinds de twee landen tegenover elkaar stonden in de achtste finales van het WK van 2014 in Brazilië. En dat was een van de meest traumatische wedstrijden in de geschiedenis van het Mexicaanse voetbal.
Lange tijd leek Mexico die zondagmiddag 29 juni in een bloedheet Fortaleza ten koste van Oranje de kwartfinales van het WK te halen. Maar door een goal van Wesley Sneijder kwam Nederland vlak voor tijd terug tot 1-1, waarna het door Arjen Robben in de extra tijd nog erger werd voor de Mexicanen.












