De oude Grieken hadden geen woord voor ‘blauw’. Maar dat ze deze kleur dan ook niet zagen, lijkt een rare gevolgtrekking met die prachtige azuren zee rondom, met de korenbloemen uit hun land en de stralend blauwe lucht erboven. Wat zag Homerus eigenlijk voor zich toen hij de ‘wijn-donkere zee’ beschreef? En hoe ondergingen Engelsen een zonsondergang voor het woord orange in de vijftiende eeuw in hun taal opdook?

Veel filosofen hebben zich over het verschil gebogen tussen wat we waarnemen en hoe we er de goede woorden voor vinden. Dat lijkt een abstracte kwestie, maar wie een woordenboek of encyclopedie maakt loopt er telkens keihard tegenaan. In True Color schetst Kory Stamper hoe de drie grote edities van Webster’s (1909, 1934 en 1961) worstelden met het definiëren en benoemen van kleur.

De Webster is wat reputatie betreft de Amerikaanse pendant van Encyclopaedia Brittanica, tot de komst van internet en Wikipedia een vrijwel onomstreden autoriteit. Het is één dik, dichtbedrukt deel, meer dan een woordenboek en minder dan een encyclopedie. Elk lemma van het terughoudend geïllustreerde standaardwerk vereist dus krankzinnig veel denkwerk om de juiste balans te vinden tussen diepgang, wetenschappelijke precisie, beknoptheid en toegankelijkheid voor een groot publiek. En van dat denkwerk, de discussies, misverstanden en vaak dramatische persoonlijke geschiedenissen doet Kory Stamper verslag aan de hand van één thema: kleur.