Het liefste zou Kassoumi de wedstrijden van Haïti op het WK voetbal in het stadion willen zien. Ze zou willen juichen, schreeuwen, zingen. Of ze zou op z’n minst naar een van de vele feesten willen gaan die in Miami rond de wedstrijden van Haïti worden georganiseerd. Haar ogen beginnen te glinsteren als ze over het WK vertelt. Ze is trots; haar land is er voor het eerst sinds 1974 bij.
Maar de 35-jarige Haïtiaanse durft niet. Niet naar het stadion, niet naar een buurtfeest, eigenlijk ook niet naar haar werk, bij een organisatie die Haïtianen in Miami bijstaat – om die reden wil ze ook alleen met haar voornaam in de krant (haar volledige naam is bekend bij de redactie). Ze vreest agenten van immigratiepolitie ICE tegen te komen, de Immigration and Customs Enforcement, en kent genoeg verhalen van andere Haïtianen over wat er dan kan gebeuren. Ze lacht van de spanning. „Ik ben zó bang, zó bang, elke dag weer.”
Dus kijkt ze de wedstrijden thuis, in haar eentje voor de tv, vertelt ze in het kantoor van Sant La, het buurthuis in het noorden van Miami waar ze werkt. Aan de muren van de vergaderzaal, met in het midden een ovale, bruine vergadertafel omringd door bureaustoelen, hangt Creoolse kunst. Het is één van de vele plekken waar de driehonderdduizend Haïtiaanse inwoners van Miami en omstreken terecht kunnen voor vragen over werk, asiel of soms gewoon het leven. Het is de grootste Haïtiaanse gemeenschap van het land.











