Sommige dingen zijn zo evident dat je schroom voelt erover te beginnen. Neem jeugdzorg. Is daar niet alles al over gezegd?

Zomaar wat koppen boven nieuwsberichten van deze maand. „Nationaal monument voor slachtoffers geweld jeugdzorg onthuld in Apeldoorn”. „Lelystad ontslaat directeur jeugdzorg om ‘schrikbewind’”. „Vanwege misstanden in de jeugdzorg biedt Pactum excuses aan”. Berichten over kinderen die onder onze gezamenlijke hoede ernstig beschadigd zijn geraakt. Rapportages van het front.

De Tweede Kamer kwam bij elkaar om erover te debatteren. „Kamer eensgezind in onvrede over falende jeugdzorg”, kopte nieuwssite nieuws.nl. Mooi zo, eensgezind in onvrede, dat klonk beloftevol. De Kamer sprak naar behoren zijn afschuw uit over incidenten, maar dit zijn geen incidenten, en dus was het fijn te horen dat er zoiets deftigs als een heus plan van aanpak klaarlag.

In dit „geactualiseerde plan van aanpak standaardisatie jeugdzorg” bouwen Rijk, gemeenten, aanbieders, professionals en cliëntenorganisaties volgens eigen zeggen aan een stelsel met meer landelijke eenduidigheid in processen en definities. „Die gezamenlijke verantwoordelijkheid past bij de manier waarop de vijfhoek werkt aan de Hervormingsagenda Jeugd.” Hoera. Zo kennen we de bureaucratie weer.