Vliegtuigen vullen het honk van Vliegtuigbouwkundige Studievereniging Leonardo da Vinci. Ze hangen in postervorm aan de muren, staan op de bureaus en bungelen aan draadjes onder het systeemplafond van het kantoortje op de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaartechniek van de TU Delft. Daartussen zitten de vier aanwezige bestuursleden van de vereniging, twee mannen en twee vrouwen. Dat laatste is best bijzonder, want binnen de bacheloropleiding Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek is slechts 20 procent vrouw.
In totaal zijn er dit jaar drie vrouwelijke bestuursleden. „We proberen altijd wel te zorgen dat drie of vier van de in totaal zeven bestuursleden vrouw zijn”, zegt Lyssia van der Kooi, de president van de vereniging. Ze is de vierde vrouw op die positie in de 81-jarige geschiedenis van de vereniging. De afgelopen jaren ging het relatief hard, de eerste vrouwelijke president trad aan in 2019.
Zo ziet de Technische Universiteit Delft het graag. Twee jaar geleden kondigde de universiteit aan een quotum te willen instellen. Voortaan moest het aandeel vrouwen bij de bachelor luchtvaart- en ruimtevaartechniek 30 procent zijn, oftewel 132 van de in totaal 440 studieplaatsen. Maar toen de universiteit dit beleid vervolgens met een pilot wilde uitproberen, werd het op de vingers getikt door de Onderwijsinspectie.








