Donald Pols mocht niet aan de slag bij Tata Steel vanwege een pro-apartheidsverleden. Dat zijn denkbeelden en handelingen uit het verleden fout zijn, staat niet ter discussie. Sinds de onthulling over Pols’ verleden is er ook grote onrust bij Milieudefensie ontstaan. De voltallige raad van toezicht, inclusief leden die niets van zijn verleden wisten, heeft inmiddels zijn vertrek bekendgemaakt.
Toegegeven, het is lastig opkomen voor personen bij wie je zo veel bedenkingen kunt hebben. Pols gold na zijn overstap van Milieudefensie naar Tata Steel voor veel mensen sowieso al als Opportunist des Vaderlands. Het is makkelijk om geen mededogen te hebben met zo iemand.
Toch ontslaat ons dat niet van de vraag hoelang iemand de prijs moet blijven betalen voor een fout verleden. Pols’ voorbeeld is voor anderen namelijk allerminst een aanmoediging om te breken met extremisme.
Als voormalig extremisme-onderzoeker en onderzoeksjournalist bracht ik jaren door met mensen die ideeën koesteren die ik vaak ronduit zorgelijk en afkeurenswaardig vond. Wat ik van mijn jarenlange veldonderzoek en alle interviews die ik afnam óók leerde, is dat uitstappen vaak meer kost dan blijven.
Wie lid wordt van een extremistische beweging, krijgt (zeker op jonge leeftijd) houvast, identiteit en gemeenschapszin. Wie vertrekt, verliest dat alles. En vervolgens blijkt de buitenwereld allerminst bereid tot het geven van tweede kansen en lijk je veroordeeld tot een bestaan in de marge van de samenleving.







