Het was een herinnering aan wat het Nederlands elftal in goede vorm kan uitrichten op een WK – een podium waar het na 2014 in Brazilië zo schraal is geweest. Met de 5-1 overwinning op Zweden, in een voortreffelijk vermakelijk duel zaterdag in Houston, presenteerde Oranje zich overtuigend. Met veel power, inzicht, snelheid en techniek – de belangrijkste aspecten van het moderne topvoetbal – werd Zweden in fases kapot gespeeld.

Het optreden geeft de zo moeizame, kleurloze tweede termijn van Ronald Koeman als bondscoach – sinds begin 2023 – op de valreep elan. Het is zonder meer een duel om op door te bouwen, dit toernooi en op langere termijn. Want als zaterdag iets bewees, is dat de potentie groot is, dat de ploeg veel wapens heeft.

„Je kunt het vergelijken met een te korte deken. Als je koude schouders hebt, trek je ‘m omhoog”, zei Graham Potter, de bondscoach van Zweden. „Maar dan worden je voeten weer koud.” Hij wilde maar zeggen: het Nederlands elftal is „overal sterk”. Steeds doemden er nieuwe problemen op voor Zweden. Potter wilde enkele Nederlandse spelers uitlichten – „De Jong, Reijnders, Gravenberch, Van Dijk” – om vervolgens vrijwel het hele basisteam te noemen.

‘Total football’