In een spectaculair optreden heeft het Nederlands elftal zaterdag laten zien wat de potentie is van deze selectie. In het Houston Stadium, in Texas, was het met 5-1 veel te sterk voor het verdedigend kwetsbare Zweden. Minuten na het einde danste het Oranje-legioen vrolijk heen en weer, zo massaal dat het indrukwekkende stadion een beetje schudde. Door de zege is Oranje, met nog één groepsduel te gaan (donderdagnacht tegen Tunesië), al vrijwel zeker van zestiende finales.
In een voortreffelijke eerste twintig minuten valt na een voorbereiding vol twijfel opeens veel op zijn plek bij het Nederlands elftal. Bondscoach Ronald Koeman begint deze WK-campagne, vier duels inclusief oefenwedstrijden, voor het eerst met Brian Brobbey als spits. De verwachting is dat hij met zijn fysieke kracht belangrijk kan zijn als centraal aanspeelpunt. Van daaruit kunnen de middenvelders en vleugelaanvallers aansluiten en de diepte zoeken.
Dat gebeurde in het eerste WK-duel tegen Japan (2-2) te weinig. Donyell Malen, die in dat duel begon als spits, heeft een ander speltype: met zijn snelheid gaat hij juist veel diep. Koeman zei vrijdag in de aanloop al dat zijn ploeg „veel meer de aansluiting naar voren” moet vinden. De sleutel daarin – blijkt zaterdag – is Brobbey. Die kende een goed debuutseizoen in de Premier League bij Sunderland, na enkele moeizame jaren bij Ajax. Hij is ook completer geworden als spits, weet zich onder meer beter te positioneren bij kansen.










