De ‘koelbus’ rijdt vooralsnog niet, zoals de gemeente afgelopen maand in het Hitte- en Koelteplan voor Zwolle als „mogelijke” maatregel voorstelde. Vanuit een busje petjes, zonnebrandcrème en water en voorlichting verstrekken, dat is het idee van dat plan. „Maar voorlopig ben ík de koelbus”, zegt Brady Onderberg voor hij om 12.00 uur op de fiets stapt, gewapend met tassen vol waterflesjes en zonnebrand. „Eléktrische fiets hoor.”

Hij doet wat de protocollen juist afraden: midden op de dag de straat opgaan. Maar wel voor een goed doel: daklozen in de Overijsselse hoofdstad door de moordende hitte helpen – voor zover mogelijk. De temperatuur loopt op tot 33 graden vrijdagmiddag en daklozen vallen onder de kwetsbaarste groepen bij zulke extreme temperaturen. Zoals bij ‘hittekracht 9’. Onderberg noemt z’n werk een „ruwe vorm van hulpverlening aan mensen die stiekem heel veel kunnen dragen”.

Meerdere gemeenten hebben naast een koudweerprotocol voor de daklozenzorg ook een planmatige aanpak voor de hitte. In Amsterdam is de daklozenopvang van stichting De Regenboog bijvoorbeeld overdag opengesteld. Ook in Zwolle is nachtopvang De Herberg, aan de noordwestkant van het centrum, nu in de middag geopend. De communicatiemedewerker zegt aan de telefoon dat daar geen airco is, dus voor afkoeling zijn daklozen vooral op de parken aangewezen, of andere schaduwrijke plekken die staan aangegeven op de flyer.