Een meerderheid van de Tweede Kamer roept het kabinet op tot „onafhankelijk onderzoek” naar de dekolonisatie, de doorwerking daarvan op de Molukse gemeenschap en de rol daarin van de staat. De motie is ingediend door Kamerlid Don Ceder (ChristenUnie) en door vrijwel alle partijen gesteund. Alleen FVD stemde tegen. De Kamer wil dat op een „gepaste wijze recht kan worden gedaan aan de Molukse gemeenschap”.
Afgelopen jaren werden volgens Ceder al wel stappen gezet richting de gemeenschap Molukkers, maar werd nog te vaak „óver Molukkers” in plaats van mét hen gepraat. Daarom wil het Kamerlid dat het kabinet de komende periode onder meer in „gesprek gaat met de gemeenschap”.
Ook pleit Ceder dus voor een wetenschappelijk onderzoek naar de komst van Molukkers naar Nederland, het koloniale verleden en de periode nadat de gemeenschap in Nederland was aangekomen. „Er is gewoon heel veel gebeurd, en dat [onderzoek] kan hopelijk niet alleen de overtocht verklaren, maar ook de periode daarna”, aldus Ceder.
Treinkaping in Drenthe
De eerste Molukse militairen en hun gezinnen kwamen 75 jaar geleden naar Nederland. In 1949 gaf Nederland de oorlog op in de toenmalige kolonie Nederlands-Indië, die vervolgens in 1954 de onafhankelijkheid uitriep. Nederland besloot in 1951 om de Molukse militairen, die in deze oorlog in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) hadden gediend, met hun gezinnen naar Nederland te halen.








