Het doel van het Schone Lucht Akkoord is om in 2030 een gezondheidswinst van minimaal 50 procent te behalen ten opzichte van 2016. Als gemeenten, provincies en bedrijven blijven doorgaan met het verbeteren van de luchtkwaliteit, zal de gezondheidswinst uitkomen op 55 procent.

Dat is meer dan twee jaar geleden werd verwacht. In 2024 waarschuwde het RIVM nog dat de gezondheidswinst dreigde te blijven hangen op 46 procent. Dat het nu beter gaat, komt onder meer doordat er sneller dan verwacht meer elektrische auto's worden gekocht. Ook is er een verbeterde rekenmethode gebruikt die een gunstigere uitkomst heeft.

Die gezondheidswinst komt neer op een verlenging van vier maanden van de levensverwachting. In 2016 zouden Nederlanders nog 9,5 maanden korter leven door de slechte luchtkwaliteit. Het bestrijden van fijnstof en stikstofdioxide in de lucht zorgt volgens het RIVM ook voor een kleinere kans op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten en astma bij kinderen.

In 2020 spraken gemeentes, provincies en het Rijk af om meer te doen om de uitstoot van landbouw, huishoudens, industrie en verkeer terug te brengen. Sindsdien is veel ingezet op bijvoorbeeld nieuwe emissie-eisen voor fabrieken en strengere regels voor voertuigen.