De in Groningen geboren Schippers (1942) begon zijn carrière aan de voorloper van de kunstopleiding Gerrit Rietveld Academie. In die tijd kreeg hij van een conservator van het Stedelijk Museum Amsterdam een bedrag van 1.300 gulden voor vijf tekeningen, waarmee hij zijn kunstenaarsbestaan kon beginnen.
Daar wilde de directeur van de opleiding een stokje voor steken. Alles wat hij in zijn tijd als leerling maakte, was volgens de directeur het geestelijk eigendom van de school. Het was voor Schippers reden om de opleiding niet af te maken.
Toch ging hij wel direct aan de slag als kunstenaar. Hij werd geïnspireerd door kunstenaars uit het dadaïsme, zoals Marcel Duchamp. Zijn eigen werk kwam overeen met het gedachtegoed van de zogeheten Fluxusbeweging. In die beweging werd geen rekening gehouden met wensen van het publiek, maar gemaakt wat de kunstenaar wenste te maken.
"Als je gaat maken wat mensen mooi vinden, krijg je een statische cultuur", zei Schippers er eerder dit jaar over tegen Trouw. "Dan gaan ze naar iets wat bekend is, vergelijkbaar met wat ze eerder hebben gezien. Ik begrijp zelf ook nog steeds niet altijd wat ik maak. Heel gek. Maar ik weet wel dat het zo moet. En soms begrijp ik het pas na tien jaar."












