De zaak
Zoals wel vaker zit achter deze strafzaak nóg een strafzaak, met nóg een verhaal. Ook over de strafrechtelijke procedure zelf.
De dagvaarding betreft drie broers, allen eerder veroordeeld voor inbraken, diefstal en online fraude. Nu worden ze verdacht van valsemunterij. Met 67.000 euro aan nepgeld zouden ze in Nieuwerkerk aan den IJssel een particuliere Marktplaatsverkoper van twee Rolex-horloges hebben opgelicht.
Alleen, oplichting ontbreekt op de tenlastelegging. Vond het OM haar onvoldoende bewezen? Of eigen schuld van de verkoper? Of is het te overbelast om tijd en capaciteit te besteden aan oplichting? Vier jaar lag het dossier te verstoffen, een winkeldochter. De officier weet niet waarom, maar het is evident dat het OM de kwestie niet dringend vond. Maar dan nog: vier jaar niets doen? Dat heeft consequenties.
Werktuiglijk leest de officier het requisitoir voor en vermindert (inderdaad) vanwege de „ouderdom van de zaak” de strafeis van tien tot vijftien maanden cel naar een taakstraf van tweehonderd uur. Op het uitgebreide pleidooi van de verdediging reageert ze niet. Die vraagt vrijspraak wegens slecht politieonderzoek en de onbetrouwbaarheid van de aangever.








