Zoals spelers zich tegenwoordig moeten realiseren dat niets onopgemerkt blijft op het veld, zo dienen voetbalbonzen te weten dat geen gesproken woord ongehoord zal blijven. Daar werd UEFA-voorzitter Aleksander Čeferin aan herinnerd toen hij bekritiseerd werd door dertien kleinere landen die deelnemen aan het WK. Zij lazen uitspraken van Čeferin, die zei dat een groter toernooi ertoe leidt dat veel wedstrijden „oninteressant” zijn geworden.

Het WK werd voor deze editie uitgebreid van 32 naar 48 deelnemers, nadat het voor het toernooi in 1998 al was uitgebreid van 24 tot 32. Toen Nederland in 1974 en 1978 de finale haalde, namen slechts zestien landen deel – drie keer zo weinig als nu.

De UEFA-voorzitter deed zijn gewraakte uitspraken tijdens een persconferentie in Ljubljana, in zijn geboorteland Slovenië. „We hebben veel wedstrijden die volkomen oninteressant zijn”, zei hij onder meer. „Aan de andere kant kunnen zelfs kleine landen deelnemen en de sfeer van het WK voelen, wat een grote gebeurtenis is.”

Dat pikten die kleinere landen niet. In een zondag uitgebrachte gezamenlijke verklaring spraken de voetbalbonden van onder anderen de WK-debutanten Kaapverdië, Curaçao en Oezbekistan hun „diepe teleurstelling” uit over Čeferins uitspraken. En: „Voor onze landen bestaat er niet zoiets als een onbelangrijke WK-wedstrijd.” Ook enkele meer gevestigde voetballanden, zoals Marokko, Egypte en Senegal, ondertekenden de verklaring.