De eerste bijdrage van de nieuwe ombudsman, dacht ik toen ik op maandag 1 juni aantrad, zou iets beschouwends worden over transparantie en vertrouwen in de media, zoiets. Een dag later bleek de inwerkperiode alweer voorbij, toen een onthulling van NRC het landelijke nieuws domineerde. Tata Steel zette het nieuwe directielid Donald Pols – ook die week begonnen – per direct buiten, vanwege zijn tot dan toe verzwegen verleden als jonge extreemrechtse activist in Zuid-Afrika.

Met de primeur van NRC opende die dag het NOS Journaal; de auteurs zaten ’s avonds bij twee talkshows. Het was ook een beladen primeur, bleek uit het twintigtal brieven dat de krant erover ontving. De rode draad: begrip voor Pols’ jeugdige misstap die hij zelf nu „verwerpelijk” noemt, twijfel aan de journalistieke afweging van NRC. „Ik vind de timing merkwaardig.” „Zijn er geen ethische normen?” „Weer een actie van jullie kant om iemands leven op zijn kop te zetten met een fout uit zijn verleden.”

De scherpe reacties verwezen – een enkele keer expliciet – naar de affaire-Wijers, waarbij NRC berichtgeving rectificeerde. Ik zeg het alvast: afgezien van de oppervlakkige gelijkenis (man, struikelblok, reputatie) vind ik die vergelijking geheel onterecht. De onthulling over Pols was zorgvuldig, relevant journalistiek werk.