Nederlandse ziekenhuizen zaten in het voorjaar van 2021 heel dicht tegen code zwart aan. De coronabesmettingen liepen op, de IC-opnames eveneens, terwijl de IC-capaciteit niet meegroeide, vooral door het gebrek aan personeel (er waren in totaal 950 IC-bedden). „Ik kreeg hele, hele hele dringende noodkreten uit de zorg: ‘In onze regio is het al code zwart, we redden het niet meer.’ Dat was een hele spannende periode. Heel heftig.”

Dit zei Tamara van Ark (VVD) tijdens de tweede coronaverhoordag van deze week. Van Ark was aanvankelijk staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en werd in juli 2020 minister voor Medische Zorg, als opvolger van haar partijgenoot Bruno Bruins. Bruins werd eind maart – aan het begin van de pandemie – onwel tijdens een debat in de Kamer en stapte daarna op. Tussen Bruins en Van Ark nam Martin van Rijn (PvdA) tijdelijk de post waar.

Van Ark zei te hebben geoefend hoe zij de boodschap code zwart – een situatie waarbij moet worden gekozen wie nog wel en wie niet meer op de IC behandeld gaat worden – zou moeten brengen. Ze noemde het afwenden daarvan „een race tegen de klok”. De zorgsector wilde daarbij onderscheid maken tussen leeftijdsgroepen, het kabinet per se niet. Van Ark: „Leeftijdsdiscriminatie was de grens. Dat leefde in het kabinet heel sterk.”