WTP. RPO. MVB. In het congrescentrum van verzekeraar Achmea in Zeist vliegen de afkortingen door de lucht. En geen van de aanwezigen heeft uitleg nodig over de betekenis ervan.

In de zaal zitten dan ook, op uitnodiging van de coöperatieve verzekeraar en pensioenbelegger, 180 ‘professionals’ uit de pensioenwereld. Zij weten dat WTP ‘Wet toekomst pensioenen’ betekent, die gaat over de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel – ze zijn er al allemaal heel druk mee.

En ze weten dat het RPO, het risicopreferentieonderzoek onder individuele deelnemers aan hun fondsen, een belangrijke rol speelt in dat nieuwe stelsel. Omdat deelnemers op meer individuele basis voor hun pensioen gaan sparen, en pensioenfondsen goed moeten inschatten welke manier van beleggen bij ieders persoonlijke situatie past. En de bezoekers weten ook allemaal wat ‘MVB’ is: ze beheren miljarden aan pensioeninleg en zijn dagelijks bezig met Maatschappelijk Verantwoord Beleggen.

De ‘licht zakelijk’ geklede bezoekers – bijna niemand draagt een volledig pak; veel jasjes met spijkerbroek bij de mannen, gympen onder kleurige ensembles bij de vrouwen – werken bij Nederlandse pensioenfondsen, of zitten in het bestuur ervan. Dit zijn de ‘institutionele beleggers’ over wie het vaak gaat in de krantenkolommen. Op hun naamkaartjes is te lezen dat ze de pensioenfondsen van onder meer schoonmakers, dierenartsen, vervoer, recreatie en fysiotherapeuten vertegenwoordigen. Ook lopen er mensen rond van de bedrijfspensioenfondsen van Shell, ABN Amro, IBM en Atos.