Dévy Rigaux wilde „de tijd nemen”, zei de nieuwe technisch directeur van Feyenoord vorige week op zijn eerste werkdag. Om in alle rust met mensen in de club te spreken, een beeld te krijgen „van wat zich hier heeft afgespeeld”. Om vervolgens via een „grondige analyse” vast te stellen wat er nodig is om Feyenoord sportief te stabiliseren. „Pas als dat duidelijk is, zullen we handelen”, aldus de Belg, die overkwam van Club Brugge.
Rigaux had daarvoor nog onvoldoende de kans gehad, hield hij de aanwezige pers vorige week maandag bij zijn presentatie voor. Hij had weliswaar een paar wedstrijden van Feyenoord kunnen bekijken, maar dat „zijn er geen dertig geweest”. De Belg kreeg bijval van Robert Eenhoorn, de nieuwe algemeen directeur, die op hetzelfde moment werd geïntroduceerd en tevens zorgvuldigheid predikte. „Eerst analyseren, dan pas met vingertjes wijzen.”
Nog geen week later is duidelijk dat Rigaux en Eenhoorn zich bij Feyenoord inmiddels wél vertrouwd genoeg voelen om verregaande conclusies te trekken. Hun eerste bevinding is dat de club uit Rotterdam beter af is met een nieuwe hoofdtrainer. Zondagavond kondigde Feyenoord daarom het ontslag aan van Robin van Persie, de 42-jarige oud-voetballer die de laatste anderhalf jaar de leiding had over het eerste elftal.













